De Zaagbekken
Friesland - 10-02-2026
Column
Sake P. Roodbergen
Gistermiddag zag ik er weer eentje in de Boorn zwemmen. Een Grote zaagbek, een mannetje. Vrijwel geheel wit, maar met een donkere kop en een dunne rode snavel. In de zesde druk van zijn onvolprezen boek Het Vogeljaar (1970) zegt de grote dr. Jac P. Thijsse: “Rode, spitse snavels hebben de grote en middelste zaagbek, eend-achtige vogels, evenals het tamelijk zeldzame nonnetje, waarvan ’t mannetje wit is met mooie, smalle, zwarte versieringen”. Dit boek werd in 1970 gekocht bij boekhandel Terpstra in Grou. De prachtige drie soorten zaagbekken zijn in ons land wintergasten. En ze zijn allemaal wel waar te nemen in de wat grotere kanalen en meren.
Het mannetje van de Grote is de meest witte van het trio zaagbekken. De kleinste van het drietal is het Nonnetje. Maar Friezen blijven de naam zaagbek vertalen; in die taal is het Nonnetje dus de Lytse seachbek. De naam Nonnetje dankt deze kleinste aan de witte ‘pij’ van het mannetje. En met de zeldzaamheid, die Thijsse in 1970 noemde van deze kleinste, valt het tegenwoordig wel een beetje mee. In de vaart langs de weg naar Sneek is deze soort met enige regelmaat waar te nemen.
Opvallend is het dat alle drie de soorten dikwijls in paren worden waargenomen. De mannetjes van de twee grootste zaagbekken zijn opvallend door hun witte kleur. Maar de kop van de Middelste is weer donker. Wellicht dat daarom die Middelste in het Fries Bûnte seachbek wordt genoemd.
Bronnen: Het Vogeljaar (dr.Jac.P.Thijsse, 6e druk 1970) Fûgels (Sake P. Roodbergen, 4e druk 2013)
Naar overzicht





























